Bij Trumpf liggen tal van interessante producten op de plank waarmee plaatwerkbedrijven de effectiviteit en productiviteit - en daarmee het rendement - van hun machines flink kunnen opvoeren. Toch wordt maar mondjesmaat gebruik gemaakt van deze vooral digitale producten. “Dat is zonde”, meent Menko Eisma, directeur van Trumpf Nederland. “Want ze dragen enorm bij aan de efficiency van een machine. En dat is toch waar het uiteindelijk om gaat.”
Menko Eisma: “We zullen het werk veel efficiënter moeten maken, de beschikbare productiemiddelen maximaal moeten benutten en stukken uit het hele proces halen. Dat kan met digitalisering, automatisering en samenwerking.” Een digitaal product waarop Eisma dan doelt is onder andere Condition Monitoring, waarmee continu in de gaten wordt gehouden of bijvoorbeeld het koelwater nog in orde is en de snijkop van de laser nog optimaal functioneert. In het verlengde daarvan ligt Predictive Maintenance, waarbij slijtdelen of andere onderdelen die problemen zouden kunnen gaan veroorzaken, tijdig worden vervangen zodat storingen worden voorkomen en onderhoud kan worden gepland. Eisma noemt ook Pay-per-Part, een equipment-as-a-service model, waarbij een machinesysteem niet wordt gekocht maar wordt afgerekend op basis van de output van de machine.
Traditionele mindset
De meeste ondernemers in de plaatbewerking lopen (nog) niet warm voor dit soort producten. Eisma heeft wel een idee hoe dat komt: “De mindset is traditioneel anders. Men wil wel betalen voor een monteur die een storing komt verhelpen, maar niet voor een digitale dienst die ervoor zorgt dat die storing zich niet voordoet. Ook willen veel ondernemers onafhankelijk zijn, zo zijn ze opgevoed. In die beleving past het om machines in eigendom te hebben en ligt de keuze voor een model als Pay-per-Part minder voor de hand.”
Met deze houding doen ondernemers zichzelf tekort, want hun collega’s die wel gebruik maken van alle mogelijkheden die er zijn qua digitalisering en automatisering, halen volgens Eisma aantoonbaar meer rendement uit de investeringen in hun productiecapaciteit en groeien daardoor harder. Soms zijn dit traditionele bedrijven, die deze keuzes wel durven te maken, maar regelmatig zijn het ook jonge, nieuwe bedrijven die zo hun positie in de markt veroveren.
Opmars goedkope machines
Veel bedrijven overwegen momenteel te investeren in machines van goedkopere fabrikanten. De voornaamste reden hiervoor is doorgaans de lage aanschafprijs. Eisma vindt dit een zorgelijke ontwikkeling in het licht van een gezonde toekomst voor de maakindustrie in ons land. “Deze ontwikkeling is niet in het voordeel van de markt als geheel. Je zou samen met alle partijen in een productieketen moeten kijken hoe je producten tegen bijvoorbeeld 10 procent minder kosten in de keten kunt produceren, zodat je sterker staat in de wereldwijde concurrentiestrijd. Veel bedrijven zijn echter behoudend in samenwerken en het leggen van verbindingen. Ze willen vaak op elke machine en op elk contract onderhandelen voor de laagste prijs.”
Het omlaag brengen van de kosten van een product in de keten gebeurt volgens Eisma echter niet door de aanschaf van lasersnijmachines voor de laagste prijs, die vaak slechts ten dele worden benut. Want die aanschafprijs is slechts een deel van het verhaal, zo rekent hij voor: “De kostprijs van een plaatwerk product bestaat voor circa 70 procent (afhankelijk van de materiaalsoort) uit materiaalkosten, 7 procent uit afschrijvingen, 3 procent uit energie en de rest zijn loonkosten. Die loonkosten krijgen we niet omlaag en de aanschafprijs van een machine heeft ook maar een beperkt effect op de kostprijs van een product. We zullen het werk veel efficiënter moeten maken, de beschikbare productiemiddelen maximaal moeten benutten en stukken uit het hele proces halen. Dat kan met digitalisering, automatisering en samenwerking.”
Beschikbare middelen efficiënt inzetten
Daar komt nog bij dat bij het snijden met een laser veel meer komt kijken dan alleen de investering in een machine. Men staat er niet altijd bij stil dat ook een operator nodig is, kennis, ruimte, materiaal, opslag, energie en een gasvoorziening. Dat alles draagt volgens Eisma niet bij aan het aanpakken van de uitdagingen waarvoor de Nederlandse maakindustrie momenteel staat. “Medewerkers moeten in tijden van personeelskrapte daar ingezet worden waar hun werkzaamheden de meeste waarde toevoegen.
Materiaal moet uit oogpunt van duurzaamheid zo efficiënt worden gebruikt, met zo weinig mogelijk restafval. Machines die niet volledig worden benut, hebben een negatief effect op de netcongestie: want of een lasersnijmachine nu 80 procent van de tijd draait of maar 10 procent, er moet dezelfde stroombehoefte voor worden gereserveerd. Of het nu gaat om medewerkers, grondstoffen of energie, we zullen efficiënt met de beschikbare middelen moeten omgaan.”
Automatiseren en digitaliseren is hierbij in de ogen van Eisma onontkoombaar. Trumpf ontwikkelt dan ook processen die ervoor kunnen zorgen dat de oplossingen die het hiervoor heeft, veel meer gebruikt gaan worden; niet alleen in Nederland, ook elders in West-Europa. “We kijken onder andere wat een goed verkoopmodel is om meer klanten tot het gebruik van onze digitale producten te bewegen. Een abonnement wellicht of afrekenen per storing, die wordt voorkomen? De vraag wat het goede verkoopmodel is speelt bij bijna alle digitale producten”, weet Eisma.
10 Tot 20 procent productiever
Hij is ervan overtuigd dat individuele plaatwerkbedrijven en de sector als geheel beter af zijn met het complete Trumpf-pakket dan met de goedkope machines uit lageloonlanden. “Zeker, onze oplossingen vragen een andere investering. Maar de restwaarde van onze machines is veel hoger, we bieden ondersteuning en comfort met communicatie in het Nederlands. En het voornaamste: met de stabiliteit, betrouwbaarheid en de mogelijkheden van onze machines kun je 10 tot 20 procent productiever zijn.
Zo verdien je je investering terug. Daarbij hebben we ook instapmodellen in ons portfolio en zijn onze machines ook nog eens heel veilig. Aandacht voor veiligheidsaspecten bij de investering in een machine is een verplichting van iedere ondernemer naar zijn medewerkers toe.”
Samen traject afspreken
Eisma beseft dat het voor veel bedrijven niet makkelijk is om te automatiseren en digitaliseren. Veel plaatwerkbedrijven zijn operationeel gestuurd en hebben geen grote eigen IT-afdelingen, die makkelijk software kunnen implementeren. De angst te stranden in complexiteit noemt hij begrijpelijk. Maar juist daar reikt Trumpf de hand. “Wij gaan voor langjarige partnerschappen. Veel bedrijven kunnen veel rendementswinst halen door hun eigen processen efficiënter te maken en meer te integreren in de keten. Dat vraagt om een betrouwbare machineleverancier, die kan leveren wat daar voor nodig is. We kunnen samen bepalen waar je naar toe wilt, klein beginnen en een traject afspreken om daar geleidelijk aan te komen.”
Trumpf op TechniShow
Trumpf is in maart opnieuw exposant op TechniShow. Niet zoals gebruikelijk met een stand in hal 7 van de Jaarbeurs – de hal van de plaatbewerking – maar in hal 10, de belevingshal zoals de beursorganisatie het noemt. Hier is Trumpf één van de ruim twintig deelnemers aan het FPT plein De Fabriek van de Toekomst. Dit is op de vorige TechniShow gestart als een initiatief vanuit de verspanende industrie, maar wordt nu uitgebreid en breder getrokken. Enkele exposanten vanuit de plaatwerkbranche sluiten aan. Trumpf doet dat met lasermarkeren en laserlassen. Iedere bezoeker van De Fabriek van de Toekomst kan middels een volledig geautomatiseerd en gedigitaliseerd proces een raceauto laten produceren. Trumpf zorgt ervoor dat de achtervleugel op de auto wordt gelaserlast en dat de auto wordt gepersonaliseerd door middel van lasermarkeren.
In de stand pal naast het plein geven medewerkers van Trumpf Nederland ook informatie over al hun andere machines en producten.
Trumpf
Hal 10, stand D031
Registreer u hier éénmalig GRATIS en lees ook alle UNIEKE CONTENT op deze website
Registreer nieuw account